De oudste, ons bekende vermelding van de naam 'Groven'
treffen we aan in een akte* van 27 juni oktober 1605, waarin we Merten Joossen
vermeld zien met de toevoeging 'alias Groven', hetgeen te
lezen is als: 'ook wel Groven genaamd'. Er zijn geen aanwijzingen
dat de toevoeging 'groven' voordien ook al in gebruik was, maar
uitgesloten is het niet.
'Groven' was een toenaam.
De
gebruikelijke vorm van naamgeving, het patroniem, schiep niet altijd
voldoende duidelijkheid. Soms werd het aangevuld met de naam van de
grootvader, maar er kon ook gebruik worden gemaakt van een toenaam ter
precisering, wie bedoeld werd. We mogen aannemen dat er destijds, veel
meer dan heden het geval is, voor alledaags gebruik bij- en toenamen zijn
geweest in plaats van de enigzins plechtig klinkende volle
vadervernoeming.
Toenamen bestonden meestal uit een aanduiding van de hofstede, het gehucht
of de stad waar de betrokkene vandaan kwam of de aanduiding van zijn
beroep. Een bijnaam verwees naar een uiterlijke kenmerk, maar konden in
iemands familie beklijven en tot toenaam worden. De vadervernoeming werd gebruikt bij doop, huwelijk en overlijden en
werd in de akten schriftelijk vastgelegd. Toe- en bijnamen waren voor
dagelijks gebruik en werden
mondeling overgeleverd. Soms verwierf de bij- of toenaam de status van
echte naam, zoals het geval schijnt te zijn geweest met de
naam 'groven'. De toevoeging lijkt van oorsprong een bijnaam te zijn: '
Merten de grove', degene die 'groot en zwaar van lichaamsbouw' is, ter onderscheiding
van een andere Merten. Eerder dan bij Merten Joossen werd de toevoeging
niet gevonden
Het gebruik van het lidwoord dat we bij zijn zoon 'Joos Mertensz. de Grove'
aantreffen, duidt op die herkomst als bijnaam. De toenaam is misschien
in de dagelijkse omgang wel aldoor in gebruik geweest, maar is geen vast
gebruik in de doop- en trouwboeken. Sommige pastoors vonden het
patroniem voldoende en lieten de toenaam weg. Pas in Bergen op Zoom is de variant 'groffen' tot een vaste
familienaam geworden.
Voor een goed begrip van de ontwikkeling van de toenaam van 'groven' tot
'groffen' is het van belang te weten, dat 'groven' werd uitgesproken als
'grovven' en niet met de open lange o, waarmee wij geneigd zijn 'groven'
uit te spreken.
Voor de betekenis van de toenaam en de uitspraak ervan heb ik gebruik gemaakt
van het artikel 'grof' in het Woordenboek der Nederlandse Taal, uit welk
artikel een selectie is bijgevoegd. Uit dat
artikel wordt ook duidelijk, hoe het komt dat er uit 'groven' een grote
verscheidenheid aan verbasteringen is voortgekomen: men wist niet goed
raad met de spelling. Bovendien waren er bij de mondelinge opgave van de
naam bij de doop verschillen in uitspraak. We vinden in de
doop-, trouw- en overlijdensboeken de volgende spellingvarianten:
groven, (de) grove, (de) grof, groeff, groeven, grofve, grofven, grofen,
groffe, (de) groffen, groffens, groffers, grobbens en als uitschieters:
grog, gaffus en de graeff, berustend op slecht begrip of verkeerd verstaan.
In een personalia rubriek van een dagblad trof ik nog de familienaam 'de Groof'
uit Amsterdam aan. Tot dan toe meende ik er
zeker van te mogen zijn, dat alle varianten afgeleid van de naam
'groven' uitgestorven waren op de huidige familienaam 'groffen' na. Had
ik mij vergist en was er een tak van de familie, waarin de variant
'groof' nog
voortbestond?
Bij raadpleging van het
telefoonboek bleek me, dat naast enkele
grote steden ook in oostbrabant de naam 'de Groof' tot op heden gangbaar
is. Moest aan de hand van dit gegeven vastgesteld worden, dat behalve
de variant 'groffen' ook de variant 'de groof' had overleefd?
Zie: 'De Groof'
* Rechterlijk Archief Roosendaal.
Akte nr.224, fol.25 vso. |